#6 – Sayang – Een

Één

Ik weet niet meer hoe oud je was toen je de jurk kreeg. Hij werd je niet aangetrokken maar aangedaan. Hij paste in die zin dat de rits dicht kon, een rits die daar zat waar je zelf niet eens bij kon, waardoor je afhankelijk was. Ook ik voel de jurk nog nauwgesloten om mijn niet al te tengere lijf. En ze hadden er meteen twee laten maken: een exemplaar met zachtgroene en een met lila bloemetjes. Om beide jurken hoorde een opzichtige brede riem waarvan de grote metalen gesp pontificaal op de buik pronkte. Op jouw en mijn buik. Als een onwelkome, ongevraagde en opdringerige blikvanger. Want wij wilden niet dat iemand onze buik zag en we wilden zelf liever ook niet gezien worden. Wel gekend.

Op foto’s van jou van lang geleden kijk je zelden blij. Het is alsof je de fotograaf van dat moment met je ogen vraagt of je er eigenlijk wel mag zijn, alsof je je excuses maakt voor je bestaan. Gefotografeerd worden was altijd ongemakkelijk. Foto’s maakten je verschijningsvorm zo duidelijk. Ik voel nog de pijnlijke confrontatie met jouw uiterlijk als ik onze foto’s zie van toen. Niet omdat je niet om aan te zien was, integendeel. Maar wat vooral overheerst is mijn ongemakkelijke uitstraling, vol schuldgevoelens.

Lief kind, als geen ander ken ik je pijn van toen. Kwetsbaar was je, maar dat verhulde je vakkundig en langdurig. Niet met die jurkjes maar door de omvang van je lichaam. Dat kon je sturen, daar had je invloed op. Ik weet ook waar je nimmer aflatende drang om te eten, meer dan je lichaam nodig had, zijn oorsprong had. Het was de behoefte om dat wat je anderszins niet tot je kon nemen omdat het er niet was, te verzachten. Je besefte toen nog niet dat je jezelf daarmee onrecht aandeed. Dat je jezelf pijnlijk strafte voor iets waarvoor jij niet verantwoordelijk was. Je dacht dat je het gemis kon compenseren met de overvloed van je eigen lichaam. En daarmee maakten we een cruciale inschattingsfout. Lief kind, nooit zal ik je daarom ooit nog veroordelen.

De tijd heeft ons van elkaar gescheiden, maar wij smelten samen in het nu. Ik wil je met terugwerkende kracht helpen om dat kind te worden dat je wilde zijn. In mijn verbeelding, want dat is de enige plek waar het kan. Ben je bereid om jouw pijn aan mij te geven? Ik neem het met liefde van je over. Want alleen mijn liefde voor jou en mijzelf kan ons helpen om ons vrij te voelen. Bevrijd. Eindelijk. En daar, in mijn verbeelding, ben jij eindelijk vrij. Daar dartel je tussen de veldbloemen: de witte margrieten, de paars/blauwe korenbloemen en de klaprozen. Blij. Vol zelfvertrouwen en in de volle overtuiging dat je er mag zijn. Daar sta je vol trots voor de lens, daar kijk je respectvol in de spiegel, daar durf je eindelijk van jezelf te houden. Om wie je bent. Mag ik met je mee en samen met je dansen tussen de bloemenpracht?

Geef je over aan degene die ik vanuit jou aan het worden ben. En diep in ons rekenen we af met toen. We doorleven nog een keer de pijn en erkennen dat alles er was, dat wij deden wat wij deden en we stoppen met onszelf daarom nog langer te veroordelen. We waren toen en we zijn nu Dat is voldoende.

Wat jij toen niet durfde, kon of mocht, zal ik voor je doen in het nu Zijn, beleven en genieten. Daar waar jij niet durfde, wil ik voluit gaan. Schoorvoetend, waarbij niet het tempo belangrijk is, maar de richting. Mijn tempo en onze richting. Wat achter ons ligt zal er blijven liggen. De vraag aan ons is in hoeverre we ons er nu nog door willen laten leiden. Lijden.

Je bent een prachtkind met veel kracht. En hoewel je dat altijd ook zelf geweten hebt, durfde je het nooit te erkennen. Sterk was je ook, want ondanks alles heb je jezelf niet toegestaan om voorgoed en definitief bakzeil te halen. Je wist dat je je nooit zou laten neermaaien tot vlak boven het maaiveld. Je bleef er met kop en schouders boven uit steken.

Het is tijd om verder te gaan. We bewaren onze rugzak met shit in het magazijn van onze ziel. Daar mag het zijn en blijven. Het hoort bij ons, maar niet meer dan dat. In het nu vullen we onszelf met wijsheid, kennis, inzichten en de we verwijderen de rokken van onze ui die we liefdevol afpellen en er soms zelfs een stukje vanaf snijden (en ja, dat doet pijn) tot we bij onze kern komen. We laten los, jij en ik, maar niet onszelf.

Wie heeft wie nodig? Zijn wij de vrouw die op de wereld wacht of heeft de wereld ons nodig? Het antwoord is er al. Net als jij en ik.

Namasté

Ik eer de plaats in jou waarin het hele universum is.
Ik eer de plaats in jou die liefde is,
waarheid, licht en vrede.
Als jij daar bent, in jou, waar liefde is,
waarheid, licht en vrede
en ik ben daar, in mij, waar liefde is,
waarheid, licht en vrede,
dan zijn we Een

Sayang